Vouvray

180 domeinen produceren 115000 hectoliter wijn op een oppervlakte van 3000 hectare. Het gemiddeld rendement is er hl/ha. De streek geniet van een klimaat.

Vouvray is één van de meest vooraanstaande appellaties van de Loire. De wijnmakers produceren enkel witte wijnen op basis van chenin chenin blanc. Die vind je in alle soorten: stille droge wijnen, halfdroog, zoet, liquoreus en schuimwijnen.

Naast Chenin Blanc wordt ook menu pineau toegelaten als druivensoort in een assemblage. De eerlijkheid gebiedt ons te melden dat die niet echt meer wordt geproduceerd.

De wijngaard bevindt zich op de rechteroever van de Loire, een vijftal kilometers ten Oosten van Tours. Hij werd opgericht in 372 door Heilige Maarten (de man die zijn gewaad versnijdt om de armen te kleden) en hing af van de abdij van Marmoutier. Vanaf de 13de eeuw werden de witte druivensoorten geplant op de coteaux en langs de kanten van het plateau, waar de bodem meer kalk en klein gesteente houdt. Toen al werd Chenin Blanc beschouwd als de nobele druivensoort van de wijngaard.

Vouvray wordt een AOC in 1936. 8 gemeenten van Indre et Loire maken er onderdeel van waaronder Chançay, Rochecorbon, Vernou-sur-Brenne, Noizay, Reugny, ... De appellatie moest wel een gemeente opgeven tijdens zijn aanstelling. Montlouis krijgt zijn eigen appellatie Montlouis-sur-Loire.

Net voor de tweede wereldoorlog vestigt de champagnemaker Maurice Hamm zich in de streek. Hij produceert daar de eerste schuimwijnen volgens de méthode traditionnelle. Deze schuimwijnen worden heel snel opgepikt door de liefhebbers die in deze wijnen een mooi alternatief vinden voor Champagne. In navolging van Montlouis wordt naast de méthode traditionnelle ook pétillant originel, pétillant naturel of ook nog pet'nat geproduceerd.

Over de jaren heen heeft de reputatie van de schuimwijnen van Vouvray zo'n hoge vlucht genomen dat ze 45% van de totale productie van de streek vertegenwoordigen.

De druivenstokken groeien op een bodem van tuffeau (sedimentair krijt), klei en silex gesteenten en klei-kalklagen. De coteaux worden verdeeld door kleine valleien waarlangs riviertjes in de Loire uitmonden. De bovenlaag van deze valleien bestaat uit "perruche" (klei en silex) die een mineraal karakter geven aan de wijn en "abuis" (klei-kalklagen) die kracht geven aan de zoete wijnen.