Chinon

221 domeinen produceren 110000 hectoliter wijn op een oppervlakte van 2300 hectare. Het gemiddeld rendement is er 49 hl/ha. De streek geniet van een oceanisch en continentaal klimaat.

Archeologische ontdekkingen laten ons vermoeden dat reeds in de tijd van de gallo-romeinen wijn werd gemaakt in Chinon. Dichtbij de monding van de Vienne in de Loire, was Chinon toen al een belangrijk kruispunt van rivieren en wegen.

Zoals zo vaak leverden abdijen een steentje bij in de ontwikkeling van de wijnbouw. Hier onder invloed van Bourgueil in de 11de Eeuw en Fontvraud in de 12de Eeuw. Tijdens de overheersing van de Plantagenets werd Chinon het middelpunt van een immens feodaal domein. De wijn van Chinon belandde hierdoor op de tafels van het Hof. Omstreeks die periode kwam de « Breton » – de lokale naam voor Cabernet Franc – van Bordeaux aan. De Loire vormde wellicht de transportvector.

De Loire liet aan Chinon toe om zich tot de zee te richten. Eerst langs de Hollandse handelaars in de 17de Eeuw en de wijn nam een steeds belangrijker plaats in de wijnhandel. De crisis van de Phylloxera eind 19de Eeuw maakte alle ontwikkelingen en ambities met de grond gelijk. Dit kunnen we zelfs letterlijk opvatten: het verbouwde areaal verminderde van 4000 hectaren tot 400 hectaren. Nu nog, meer dan honderd jaar later, is de oorspronkelijke wijngaard slechts voor 60% opnieuw heropgebouwd. In 1937 wordt Chinon wel één van de eerste erkende AOC.

De wijngaard is gelegen in het Parijse bekken. Een complex geheel aan bodems, de invloed van de Vienne en de Loire en een relatief warm en winderig klimaat geven de wijnbouwers de kans om in Chinon zeer diverse wijnen te maken.

De bovenlaag van de meeste plateaus in Chinon bestaat uit silts en zand. De ondergrond bestaat uit zanderige klei met veelvuldige aanwezigheid van silex en harde versteningen van silex en sponzen. De hellingen bestaan uit kalken in de vorm van gefossiliseerde verhardingen van klei en sponzen. De kleine coteaux bestaan uit gele hardsteen, schelpjes en zachte en harde kalk. De oevers van de Loire en de Vienne bestaat uit zand en kiezelstenen.

Elke wijnjaar wordt gekenmerkt door de dominante wind. Ofwel komt hij uit het Zuidwesten en is hij oceanisch, warm en vochtig of komt hij uit het Oosten en is hij continentaal, fris en droog. De Zuidwester komt in 45% van de jaren voor. Het klimaat is hier goed en rustig: eerder warme zomers – de maximum temperatuur overschrijdt steeds 33°C -, zachte winters met heel zeldzame echt lage temperaturen. De regen is gespreid over het jaar en bedraagt 500 à 600 mm per jaar.