Viognier

GESCHIEDENIS

De oorsprong van Viognier is duister maar hoe dan ook verbonden aan zijn streek van oorsprong, de Noordelijke Rhône, waar die wellicht afstamt van een wilde druivensoort. De naam is verbonden met het keltische vidu, wat hout betekent. De stam van het woord vinden we terug in de naam van de stad Vione, in de Savoie.

In 2004 werd middels DNA-onderzoek bewezen dat de druif een Alpijnse oorsprong heeft: de Piëmontese blauwe druif Freisa stamt van de Viognier af. Een latere nakomeling is de Nebbiolo.

Viognier werd courant geteeld maar de phylloxera-luis en later de Eerste Wereldoorlog luidden het verval van de druif in. In 1965 was nog maar 8 hectares beplant, net voldoende om 1900 liter te produceren. De intrinsieke kwaliteiten van de druif en het harde werk van de wijnmakers uit Condrieu zorgden voor een hernieuwde populariteit van de druif. Traag maar gestaag stijgt het areaal: 20 hectaren in 1986, 105 nu, enkel voor Condrieu. De druif zet ook zijn eerste stappen Zuidwaarts, in de Zuidelijke Rhône en in de Languedoc. In 2000 was in totaal 2359 hectaren met Viognier beplant.

De opgang in de wereld was nog opmerkelijker. Nu vind je Viognier over de 5 continenten. Je vindt er in Italië, Spanje, Griekenland en zelfs in Zwitserland en Oostenrijk. Over de Grote Plas werd redelijk wat geplant, vooral in Californië waar die geassembleerd wordt met Chardonnay, Chenin Blanc of Colombard. In Australië, goed voor 800 hectaren, is Viognier soms het complement van Syrah (zoals in Côte Rotie nog af en toe van toepassing). De opgang in Zuid-Afrika is ook opmerkelijk.

UITZICHT

– de uiteinden van de jonge twijgen hebben een middelmatig tot dik laagje platliggende haartjes;
– de jonge bladeren zijn groen met lichte bronskleurige vlekken;
– de volwassen bladeren zijn lichtgroen of mediumgroen, klein tot middelmatig groot en orbiculair met drie of vijf lobben en gekrulde randen. De onderkant van het blad heeft een dun tot een middelmatig dik laagje rechtopstaande en platliggende haartjes. De nerven bezitten geen anthocyane pigmentatie. De bladeren zijn uniek doordat hun petiolaire sinus open tot licht open is en de lagere laterale sinussen ondiep zijn;
– de tanden van de lobben zijn middelmatig lang met rechtlijnige zijden, of kunnen soms één convexe en één concave zijde hebben.
– de bessen van viognier zijn rond en klein, net zoals de trossen.

Viognier is niet echt gevoelig voor ziektes.

Echter, deze nukkige en moeilijk te telen druivenras wordt doorgaans geleid, omdat het relatief gevoelig is voor de wind. Het moet middelmatig lang gesnoeid worden en dicht bij elkaar worden aangeplant om kwalitatieve resultaten te bekomen. Zijn vroege knopzetting maakt dat dit druivenras gevoelig is voor lentevorst.

DEGUSTATIE

Warm, complex et krachtig. De meest herkenbare aroma’s zijn die van witte perzik en viooltjes. Andere aromatische herkenningspunten: zeste van sinaasappel, gekonfijte abrikoos, witte bloemen (jasmijn en kamperfoelie), zachte kruiden, musc en honing.