Sauvignon Blanc

GESCHIEDENIS VAN DE SAUVIGNON BLANC

Deze witte druivensoort is, net zoals chenin blanc, een nazaat van de Savagnin. Deze druif vindt zijn oorsprong in de wijngaarden van Bordeaux. De naam lijkt een samenstelling te zijn van "sauvage" en "savagnin". Wellicht was Sauvignon Blanc een wilde druivensoort in zijn eerste dagen die nog moest worden veredeld.

Sauvignon Blanc heeft er lang over gedaan om een internationale druivensoort te worden. De druif verenigt een grote paradox: enerzijds gedijt hij beter op Noordelijke breedtegraden en anderzijds is de druif gevoelig voor mislukte fertilisatie die vaak voorkomt in de meer Noorderlijke gebieden. Wanneer de fertilisatie dan toch is gebeurd heeft Sauvignon redelijk wat zon nodig om homogeen te kunnen rijpen. Zonder die rijping wordt die vaak gekenmerkt door een onaangename geur van kattenpis.

De vorderingen in de wijnteelt gaven meer kansen aan deze druivensoort. Midden 18de Eeuw heeft hij zijn plaats ingenomen in de Graves. Nadien volgde de vallei van de Loire (Sancerre, Pouilly-Fumé, ...), waar de Sauvignon Blanc wijnen gekend zijn als knisperige frisse droge witte wijnen met aroma's van gras en kruisbessen. Later verkent de druif het Zuidwesten, de meest Noordelijke gebieden van Bourgondië om nadien via het Massif Central te zakken tot de Languedoc.

In een tijdspanne van een halve eeuw is het areaal gegroeid van 6000 naar 25000 hectaren in Frankrijk.

Internation is Sauvignon Blanc ook doorgebroken in de streken met een gematigd klimaat: in de Italiaanse Alto Adige en de Friuli, in Chili, het Noordren van Californië, Australië, Zuid-Afrika. In Nieuw-Zeeland vindt Sauvignon Blanc een gelijkaardig terroir als dat van de Loirevallei. De druif is in beide streken gelukkig: een kalkrijke boden en een klimaat dat een lange rijping mogelijk maakt is alles wat Sauvignon Blanc nodig heeft.

Als moeder van Cabernet-Sauvignon kan Sauvignon Blanc ook haar stempel drukken op de wijnwereld. Immers, deze bijzonder geslaagde kruising met Cabernet Franc levert 's werelds eerste rode druivensoort op.

ZO HERKEN JE DE SAUVIGNON BLANC
  • de jonge twijgen die bedekt zijn met een dik laagje platliggende haartjes, alsook door zijn jonge bladeren die geel zijn of geel met bronzen vlekken.
  • de kleine tot middelmatig grote bladeren zijn orbiculair met vijf lobben. De petiolaire sinus is licht open en de tanden van de lobben zijn middelmatig lang met convexe zijden. De nerven bezitten geen anthocyane pigmentatie. Het blad is bubbelachtig en soms zelfs gekruld aan de randen. De onderkant van het blad heeft een dun laagje platliggende en rechtopstaande haartjes.
  • De bessen van sauvignon blanc zijn ellipsvormig en klein, ook de trossen zijn klein.

Door zijn compacte trossen en relatief dunne druivenschil is sauvignon blanc uiterst gevoelig voor grijsrot. Het is ook gevoelig voor houtziekten en oïdium.

In 2001 werd in het Zuidwesten van Frankrijk en in de Loirevallei drie kweekprogramma's op poten gezet met kassen waarin in totaal ongeveer 400 klonen worden ondergebracht. Van die 400 klonen zijn 20 gehomologeerd voor de productie van wijn.

ZO PROEFT EEN SAUVIGNON BLANC WIJN

Sauvignon blanc staat voor witte wijnen die heel elegant, levendig, evenwichtig en eerder jong moeten gedronken worden. Recent onderzoek op basis een pré-macération carbonique laat toe de meer vegetale tonen van de druif achterwege te laten. Deze techniek wordt reeds door een aantal wijnbouwers zoals Henry Marionnet toegepast.

Hierdoor ontstaat een beter evenwicht tussen knapperigheid, smeuïgheid en aromatische kracht en verdwijnen storende vegetale aroma's. Aroma's van gras, groene appels, tropisch fruit, asperge, kweepeer, wit fruit, acacia zijn vaak verboden met deze druif.