Pinot Noir

GESCHIEDENIS VAN DE PINOT NOIR

De genetische variatie van dit druivenras duidt op haar oude leeftijd. Wellicht is die maar 1 of 2 generaties verwijderd van de wilde druivenvariëteiten. Wellicht zijn het de Romeinen die, ergens in Bourgondië, deze wilde variëteiten veredelden door middel van selectie. Bourgondië was de streek van de stam van de Allobrogen. De druivensoort heette dan ook eenvoudigweg Vitis allobrogica. Toen al werd de kwaliteit van de druif geroemd, onder andere in het naslagwerk van Plinus de Oudere.

Zij hebben de verspreiding van deze druivensoort in de regio's van Europa met een koeler klimaat sterk bevorderd: Je vindt deze druivensoort terug in Elzas, Champagne, Jura, Duitsland, Zwitserland, … 

Tijdens de Middeleeuwen is het verhaal van pinot noir sterk verweven met dat van de kloosterordes die zich in Bourgondië hebben gevestigd. Elk klooster had zijn wijngaard waarvan de druiven de nodige grondstof waren waarmee (mis)wijnen gemaakt werden.

Later heeft de druif ook zijn weg gevonden in de Nieuwe Wereld, meer bepaald op de westkust van de Verenigde Staten (Californië, Washington State, Oregon), Chili, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Pinot noir is vaak gekruist geweest. Vooral de kruising met gouais blanc blijkt bijzonder succesvol te zijn. In de familie die daaruit vloeit, de "noiriens", vindt bijzonder beroemde druivensoorten zoals chardonnay, pinot blanc, pinot meunier, gamay, aligoté, romorantin … 

Pinot noir is een druif die zeer gemakkelijk muteert en we vinden er verschillende varianten van. pinot gris is zo’n voorbeeld van een mutatie. In een extreem geval is pinot noir zelfs gemuteerd tot een witte druivensoort, de pinot gouges.

Pinot noir wijn vind je in alle vormen: zowel de stille als de mousserende wijnen kunnen rood, wit als rosé zijn.


ZO HERKEN JE DE PINOT NOIR PLANT
  • het uiteinde van de jonge twijgen hebben een gemiddelde tot hoge densiteit aan platliggende haartjes
  • de internodiën van de volwassen twijgen hebben rode strepen
  • de jonge bladeren zijn groen of geel en de uiteinden van de jonge twijgen hebben een middelmatig tot dik laagje platliggende haartjes
  • de volwassen bladeren zijn groen tot heel donkergroen. Ze zijn heel, met drie of vijf lobben, en hebben een petiolaire sinus die lichtjes open is of zelfs gesloten is met lobben die naar binnen staan gekeerd in de vorm van een hanenkam. Het grillige en bubbelachtige blad is kort getand. Aan de onderkant van het blad zien we een dun laagje platliggende haartjes.
  • de bessen van pinot noir zijn rond of licht ellipsvormig en de trossen klein tot heel klein, compact, en vaak zonder vleugels.

De schil van een pinot noir is heel dun waardoor de druif slecht beschermd is tegen ziektes. Meeldauw, Brenner, grijsrot en cicaden zijn klassieke ziektes waarmee de wijnboer rekening mee moet houden.

Zoals reeds aangeduid muteert pinot noir heel snel. Niet minder dan 50 klonen van deze druivensoort werden gehomologeerd voor vermenigvuldiging. Zij worden bewaard in conservatoria in de Elzas, Champagne en Bourgogne.


DEGUSTATIE VAN DE PINOT NOIR

De rode wijnen hebben een robijnen fonkeling en laten het licht door. De aroma's bevinden zich in het palet van het rood fruit: framboos, kers, noorderkers, ... Een meer geëvolueerde wijn geeft secundaire aroma's van pruim, leder, wild, bosbodem (humus, champignons, truffel, …)