Chenin Blanc

GESCHIEDENIS

Chenin blanc is een witte wijndruif. Een aantal auteurs plaatsen de oorsprong van deze druif in de 11de, 10de en zelfs de 9de eeuw. Alhoewel er al wijnstokken waren in de Loire, is het helemaal niet zeker dat het Chenin betreft. Integendeel, later DNZ onderzoek bewijst onomstotelijk dat Chenin, net zoals Sauvignon Blanc, een nazaat is van de Savagnin. Wellicht zijn de werken van Thomas Bohier in het kasteel van Chenonceaux hiervoor verantwoordelijk. Hij probeerde om een aantal druivenrassen van overal in Frankrijk aan het klimaat van de Loirevallei te onderwerpen.

De Chenin heeft heel snel de weg gevonden naar Zuid-Afrika. Na de herroeping van het Edict van Nantes zijn een aantal hugenoten naar daar gevlucht. In hun bagage namen ze onder andere wat stokken Chenin mee. De versatiele Chenin vond snel zijn weg in de nieuwe heimat onder de naam “Steen”. Steen vertegenwoordigt 30% van de productie in Zuid-Afrika en het totaal verbouwde areaal is dubbel zo groot als dat van Chenin in de Loirevallei. In de 19de eeuw wordt Chenin in Australië geïmporteerd. Nu vind je Chenin in bijna alle landen van de Nieuwe Wereld: Nieuw-Zeeland, Argentinië, Chili, de VS, Mexico, Brazilië, Uruguay, Canada…

Ook in Frankrijk is Chenin niet in zijn geboortestreek gebleven. Via het Zuidwesten is die in de Languedoc terecht gekomen waar we hem vooral rond Limoux terugvinden. Van daaruit is die verder rond de Middelandse Zee terechtgekomen zoals in Israël of in Libanon.

De reputatie van Chenin is pas recent verbeterd. Ongeïnteresseerde wijnbouw en ongeïnspireerde wijnproductie deden Chenin afvallen tot een druivenras van mindere kwaliteit. Onder invloed van een nieuwe generatie wijnbouwers in het land van Anjou komt het volle potentieel van dit druivenras beter naar voor.

FYSIONOMIE

– de jonge twijgen zijn flink bedekt met een laag platliggende haartjes
– de jonge bladeren vertonen bronzen vlekken
– de volwassen bladeren van chenin hebben drie tot vijf lobben die goed te onderscheiden zijn met een licht open petiolaire sinus of met licht overlappende lobben. Op de laterale lobben zijn de tanden medium groot met convexe zijden en hebben de nerven een sterk rood anthocyaan pigment. Het blad is vrij bubbelachtig en de onderkant heeft een middelmatig dik laagje platliggende haartjes.
– de trossen van chenin zijn medium tot groot, terwijl de bessen klein tot medium groot en rond zijn.

Chenin is gevoelig voor grijsrot, echte meeldauw, eutypiosa en esca. Hij weerstaat meeldauw, black rot en anthracnose.

Een conservatorium van 200 klonen werd opgezet in de Anjoustreek. 8 klonen werden gehomologeerd voor vermenigvuldiging sont homologués pour reproduction.

Le chenin est ecore plus versatile que le chardonnay mais il ne délivre son plein potentiel que dans un climat plus frais. On le retrouve sec, demi-sec, moelleux et même pétillant.

DEGUSTATIE

Afhankelijk van de rijping en de rijkdom: passievrucht, groene appel, peer, perzik. Kruiden zoals honing, gember, karamel, saffraan. Appel- en oranjebloesem.